A Travellerspoint blog

Goud en Thailand

sunny 30 °C

Ik ben inmiddels alweer een paar dagen thuis. Hoogtijd dus om deze blog af te maken.

Mijn reis door Myanmar was fantastisch. Ik heb zoveel meegemaakt en gezien dat ik voor mijn gevoel eindeloos door kan bloggen over de mensen, de cultuur en het landschap. Vooral de Birmese bevolking was onvergetelijk. Zo onvergetelijk zelfs, dat vele reizigers met volle overtuiging beweren dat vriendelijkheid in hun genen zit. Als ik er langer over nadenk, kom ik tot de pijnlijke conclusie dat de isolatie van het land en de harde straffen op bijvoorbeeld diefstal ook een grote rol moeten spelen. Ik kan me nog een discussie met een medereiziger herinneren over hoe het mogelijk is dat zo'n mooi land met zulke vriendelijke mensen zo'n regime kan voortbrengen. En hoe andersom een land met zo'n regime, zo'n bevolking kan voortbrengen. Reizend door Myanmar wordt je constant geconfronteerd met dit soort dilemma's: er zijn bijna geen toeristen in Myanmar, en westerlingen worden niet gezien als wandelende zakken geld waar iets aan verdiend kan worden. Dat maakt het land bijzonder en prachtig, maar het zijn gevolgen van een isolatie waar ik erg op tegen ben.

De laatste bestemming in Myanmar was de hoofdstad, Yangon. Na ruim 7 uur in een bus gezeten te hebben kwamen we aan in de enige stad in Myanmar die daadwerkelijk aanvoelt als een grote stad. Het begon niet zo goed. Ik ben namelijk in totaal 5 weken en 1 dag in Myanmar geweest, maar had maar een visum voor 4 weken. Van tevoren heb ik uitgebreid onderzocht of dit een probleem zou zijn, maar zelfs bij het bureau dat mijn visum regelde werd gezegd: "Je moet alleen 3 dollar per dag betalen op het vliegveld, geen probleem." Toch was ik de laatste week wat zenuwachtig. Ondanks verschillende paspoortcontroles in de delta, werd het pas in Yangon een probleem. We mochten niet slapen in het geweldige hotel dat we gereserveerd hadden. Geen probleem dacht ik, dan bellen we gewoon een andere. Ongeveer 10 hotels later hadden we nog niets gevonden. Of ze zaten vol, of ze wilden ons niet hebben. Nee, alleen 5 sterren hotels zouden ons toelaten. Gelukkig vonden we een Japans guesthouse dat ons, fluisterend, accepteerde: "sure, sure, sure, sure". Een goedkope, maar kleine kamer zonder ramen in een louche gebouw werd voor twee dagen ons thuis.

We vulden onze twee dagen in Yangon met het wandelen door de chaotische straten van het centrum, waarvan jullie je misschien nog kunnen herinneren dat ze schots en scheef liggen en daardoor best gevaarlijk zijn. Een koppel dat we in Chaung Tha hadden ontmoet had nog een mooie anekdote: Ze liepen samen door Yangon. Hij met een Lonely Planet in zijn hand, aan haar uitleggend dat ze wel op moest passen want er zaten gaten in de w..., waarna hij tot zijn heup verdween in één van die gaten. We bekeken totaal vervallen koloniale gebouwen, dronken koffie in het meest decadente hotel van het land, gingen souvenir shoppen in de Bogyoke Aung San Market en keken, roken en hoorden vooral de mix van de Birmese, Indiase en Chinese cultuur om ons heen.

Yangon_2.jpg

Yangon_1.jpg

De Shwedagon Pagoda is het belangrijkste boeddhistische bouwwerk van Myanmar en hij is prachtig. Zelfs na honderden tempels in de afgelopen weken wist Shwedagon me nog volledig te fascineren. Toch blijft Boeddhisme een zwart gat in mijn begrip van het land. Ik ben niet zo religieus aangesteld, maar religie is een enorm belangrijk element van de Birmese cultuur. Ik had graag eens een praatje gemaakt met de broer van een vriend die aan het wachten was op zijn monnikenvisum om voor onbepaalde tijd naar Myanmar te gaan.

De Shwedagon pagoda is een enorme elegante stupa van goud, die volgens de verhalen relikwieën van meerdere Boeddha's bevat. Overal om ons heen waren rituelen en plechtigheden aan de gang. Richting zonsondergang werd het ineens erg druk. Honderden gelijk geklede mensen namen plaats op een platform om gezamenlijk te bidden. Het leek ons onvoorstelbaar dat hier dagelijks zoveel aan de gang was! Maar het bleek niet zomaar een dag te zijn, maar het einde van het jaarlijkse Shwedagon Festival. Als ik er nu aan terug denk was het heel bijzonder. De veranderende kleuren door de ondergaande zon, het gezang van honderden mensen die aan het bidden waren en die enorme klomp goud recht voor je. Er waren maar een handjevol toeristen, misschien 30. Een van die dertig kwam ons enigszins bekend voor. Bouke vroeg aan me: "zeg, is dat niet de broer van Daniël?". Dat leek me vreemd, omdat die voor zover ik wist op zijn visum aan het wachten was in Thailand. Toen hij mij vervolgens aansprak, omdat hij mij meende te herinneren van die ochtend, hoorde ik zijn Nederlandse accent. Het bleek hem inderdaad te zijn. Zelfs ik was bijna overtuigd dat dit geen toeval kon zijn. 's Avonds gingen we samen met nog een paar anderen eten en heb ik hem alles kunnen vragen over het Boeddhisme.

Shwedagon_1.jpg

Shwedagon_2.jpg

Shwedagon_3.jpg

Shwedagon_4.jpg

Shwedagon_5.jpg

Einde Myanmar, en toen kwam Thailand. Op het vliegveld had ik inderdaad geen problemen met mijn visum, ik moest alleen 3 dollar per dag betalen aan een ontzettend vriendelijke meneer die me nogmaals benadrukte dat het geen probleem was en dat ik in de toekomst ook zeker welkom was. Pas in Thailand merk je hoe anders Myanmar eigenlijk is. Je rijdt over een moderne snelweg om je te realiseren dat de wegen in Myanmar, zelfs de nieuwe snelweg naar Mandalay, heel erg slecht zijn. Je ziet reclameborden van merken die je in geen zes weken gezien hebt. Als je op internet gaat, hoef je geen proxyservers te gebruiken en je hoeft niet te wachten tot de electriciteit het 's avonds misschien een keer doet. Maar vooral zijn er heel erg veel toeristen in Thailand. Ik moet toegeven dat we niet een heel representatief deel van Thailand hebben bezocht, maar Bangkok en Koh Samet voelden aan als een soort toeristenfabrieken.

Bangkok was heet, verschrikkelijk heet en benauwd. Geen goede dag dus voor sightseeing. Maar we hadden maar één dag, dus gingen toch naar het koninklijk paleis. Rondom het paleis stond een wandelroute aangegeven op de kaart, die gemakkelijk te volgen was, omdat er een soort avondvierdaagse langs die route ging. Het was een kwestie van invoegen! Het paleis was voor mij iets teveel van het goede. Teveel details, kleuren, glitters en stijlen door elkaar. Te veel toeristen ertussen en vooral ongeveer 20 graden te warm! We kregen verder die dag ook niet veel gedaan, maar vonden dat wel prima en besloten Pad Thai te gaan eten.

Bangkok_1.jpg

's Avonds bezochten we Kao San Road, backpacker mekka. Ik was er zeven jaar geleden al eens geweest, en ik verbaasde me erover dat ik het er eigenlijk prima naar mijn zin had. We liepen er de hele avond rond en de volgorde was ongeveer: toetje eten, shoppen, cocktail drinken, shoppen, loempia's eten, bier drinken, shoppen, gefrituurde sprinkhanen eten en nog wat drinken, maar pin me er niet op vast.

Bangkok_3.jpg

DSC02462.jpg

Koh Samet is een eiland op 4 uur afstand van Bangkok. Ook hier was ik al eens geweest, al herkende ik het bijna niet meer terug. Vorige keer was het al redelijk ontwikkeld, maar nu stond het strand vol met hippe lounge strandtenten, discoteken en luxe resort hotels. Het zou een Spaanse costa kunnen zijn, maar dan goedkoper, met lekkerder (Thais!) eten en betere massages. Het was vreemd, vooral na Myanmar, en met heimwee dacht ik soms terug aan de stranden bij Chaung Tha of het Inle Lake. Maar geen gezeur, we hebben ons prima vermaakt. We hebben lekker gegeten en gezwommen in zeewater met volgens ons de meest perfecte temperatuur ooit. De laatste avond zaten we nog één keertje aan een cocktail, de mijne gratis, want ik had gewonnen met kop of munt van de barman, toen er een nieuwsbericht kwam over een aardbeving van 7.0 in Myanmar. De internetcafé's waren inmiddels dicht en het geluid bij de strandtent stond niet aan. Tsja, daar gaat de ontspannen sfeer. We zagen beelden van een stad, waarvan we vreesden dat het Yangon moest zijn. We zijn snel naar het hotel gegaan om erachter te komen dat de ramp gelukkig minder groot was dan we vreesden. Desalniettemin zijn we 300 km ten westen van het episch centrum geweest, bij Inle Lake. Daar zijn waarschijnlijk een heleboel mensen getroffen.

En dat was mijn eerste reis naar Myanmar. De eerste en zeker niet de laatste. Ik heb inmiddels alweer met een hoop mensen gesproken en ik geloof dat mijn enthousiasme en fascinatie voor Myanmar prima naar voren zijn gekomen in deze blog, dus hoef ik hier in de laatste alinea niet meer zo mijn best te doen. Het was geweldig, punt! Rest mij nog iedereen te bedanken voor de vele positieve reacties die ik heb ontvangen op mijn foto's en verhalen.

Posted by Sanne.A 01:23 Archived in Myanmar Comments (1)

Een overdosis aan water

Van de gebaande paden afgaan betekent alleen 's avonds electriciteit. En als je dan aan de kust zit en je je 's avonds vooral bezig wilt houden met al die zeevruchten die je er kunt eten dan komt er weinig van bloggen. De plaatsen die we de laatste tijd hebben bezocht krijgen daarom misschien niet zoveel aandacht als ze eigenlijk verdienen, want het was allemaal weer prachtig.

Hoewel Bagan en Inle Lake waarschijnlijk de twee grootste toeristische trekpleisters van het land zijn, gaan er geen fatsoenlijke bussen tussen de twee. Veel mensen besluiten daarom om 60 dollar voor een vlucht uit te geven, maar wij gingen, net als alle andere backpackers, met de minibus. Deze vertrok om de geniale tijd van 4.00 in de ochtend en kwam ruim 13 uur later aan. Alle toeristen werden heel luxe bij hun hotel opgehaald en in het busstation werden de overige kubieke centimeters volledig opgevuld met Birmezen. Wij zaten al absoluut niet lekker, we waren te groot voor de bus, maar de Birmezen zaten half over elkaar heen. Ook wordt er altijd gezellig veel overgegeven door kleine kinderen in Birmese bussen. Bijna elke rit is het wel raak. Er wordt weinig aandacht aan geschonken en ook het verband tussen TV kijken bij haarspeldbochten en autoziekte is hier nog niet ontdekt. Daarnaast heb ik nog nooit zo vaak autopech gehad als in Myanmar. De kwaliteit van de banden is dramatisch en we hebben vorige week drie keer een lekke band gehad in vijf ritten. Om even te demonstreren hoe slecht de banden wel niet zijn:

9_1300679173927_DSC02426.JPG

Inle Lake ligt in Shan staat (net als Hsipaw, waar ik een paar weken geleden was) en trekt enorm veel toeristen. Hoewel ook hier pizza en pasta gegeten kan worden, heeft het stadje Nyaungshwe meer karakter dan het stadje bij Bagan. We vonden een fantastische kamer in een teakhouten hotel voor helemaal niet zo heel veel geld.

Hoogtepunt van een verblijf in Inle is voor iedereen een boottocht over het meer. Het is een enorm bedrijvig gebied. Overal zijn marktjes, kleine fabriekjes en natuurlijk heel veel vissers. Lichtelijk vreemd is het “springende katten klooster”. Welke kant je ook op kijkt op het meer, overal gebeurt wat. De vissers zelf zijn bijna acrobaten. Ze staan met 1 voet op de punt van hun boot, roeien met hun vrije been en hebben daardoor twee handen over om zich met vissen bezig te houden. Erg fascinerend allemaal. De vissers worden waarschijnlijk wat betaald om hun kunstje te vertonen voor de toeristen, maar het lijkt erop dat ze in dit gebied nog altijd op dezelfde manier werken als eeuwen geleden. Verder wil ik er vooral niet te veel woorden aan vuil maken, ik denk dat de foto's voor zich spreken.

1_1300679163115_DSC_5010.JPG

2_1300679164459_DSC_5018.JPG

3_1300679166099_DSC_5020.JPG

4_1300679167349_DSC_5108.JPG

5_1300679169115_DSC_5146.JPG

6_1300679170209_DSC_5158.JPG

7_1300679171005_DSC_5175.JPG

8_1300679173099_DSC_5180.JPG

19_1300679202099_DSC_5057.JPG

20_1300679203130_DSC_5145.JPG

Na Inle Lake was het dan echt tijd om de gebaande paden af te gaan. We gingen naar de Irrawaddy Delta in het zuiden van het land. Het duurde ongeveer 24 uur en twee lekke banden om via Yangon in Pathein aan te komen. Daar zaten er een aantal dingen tegen. We waren vooral kapot, het was bewolkt en daardoor benauwder minder kleurrijk dan normaal, alles was smerig, vooral de restaurants en ons hotel was erg deprimerend. Ik denk nogsteeds niet dat Pathein, de vierde stad van het land, zo verschrikkelijk was, maar we hadden denk ik niet zo onze dag en waren dan ook niet zo onder de indruk van de stad.

De volgende dag daarom maar snel door naar het strand! 's Ochtends vroeg propten we ons in de "insanely uncomfortable minibus" (Lonely Planet) om ons in 3 uur naar de kust te brengen. En daar gebeurde iets wat hier in jaren niet gebeurd is: het regende in April! We zitten hier inmiddels midden in het hete seizoen en normaal valt er dan geen druppel en heb je gegarandeerd prachtig strandweer. Hoe het precies kwam weet ik niet, maar velen beweerden dat het iets met de aardbeving in Japan te maken had. We hebben twee dagen lang non-stop regen gehad. En niet een beetje miezer, maar keiharde regen, wind en kou. Daar was natuurlijk helemaal niemand op gekleed. Twee dagen lang zaten we samen met alle andere backpackers op een overdekt terras, gewikkeld in dekens voor de kou en gebrek aan (droge) kleding. De gezelligheid, friet en goedkope whiskey zorgden ervoor dat het eigenlijk twee hele leuke dagen zijn geworden.

10_1300679176068_DSC02438.JPG

11_1300679178115_DSC02444.JPG

12_1300679179177_DSC_5214.JPG

13_1300679190130_DSC_5227.JPG

Maar gelukkig hield het na twee dagen wel weer op, zodat we echt even van onze strandvakantie konden genieten. Chaung Tha is vooral een bestemming voor Birmese toeristen die in het rijtje resorts aan het strand verblijven. Dertig minuten lopen naar het zuiden liggen echter prachtige ongerepte stranden waar geen hond komt! Je kunt met gemak het hele palmenstrand voor jezelf hebben. Voor mij was het de meest idyllische strandvakantie ooit: overdag totale stilte op prachtige stranden met een knalblauwe lucht en 's avonds keuze uit tientallen restaurants die fantastische vis en zeevruchten op het menu hebben voor enkele euro's. De tweede zonnige dag was helemaal geniaal. We gingen per motortaxi naar 'het andere strand': Ngwe Saung. Dit strand ligt ongeveer 2 uur ten zuiden van Chaung Tha. Je rijdt door ongerepte jungle, afgelegen dorpjes en witte stranden vol krabben. Drie keer moet je een rivier over, waarbij de motors in kleine bootjes getilt worden.

14_1300679194224_DSC_5249.JPG

15_1300679196115_DSC_5296.JPG

16_1300679196943_DSC_5314.JPG

17_1300679199427_DSC_5337.JPG

18_1300679200662_DSC_5347.JPG

En nu zijn we weer terug in Yangon, klaar om morgen naar Bangkok te vliegen. Maar over Yangon blog ik de volgende keer. We moeten hier nog een hoop gaan bekijken en net zoals ik eigenlijk nog helemaal geen zin heb om het land morgen te verlaten, ben ik er ook nog niet aan toe om de laatste blog over Myanmar te schrijven.

Om nog even een beeld te geven van de reis tot nu toe:

Posted by Sanne.A 20:46 Comments (2)

The Big Four

Vrijdagochtend om 6.00 klopte er iemand op mijn deur. Ik schok een beetje, want had hem zo vroeg nog niet verwacht! Ik deed stralend de deur open en zag een verwarde medewerker van het hotel: “your friend…?”. Ik verzekerde hem dat alles in orde was en dat hij naar boven mocht komen. Nog geen minuut later kwam Bouke ineens de hotelkamer inlopen. In Mandalay. In Myanmar!

Hij was uiteraard kapot van de reis (bij elkaar 30 uur, eerst drie vluchten en toen een nachtbus), maar meteen de eerste dag maakten we al een rondje door de chaotische , drukke, stinkende stad die Mandalay heet. Ik had al van vele mensen gehoord dat de stad lang niet zo idylisch en exotisch is als hij klinkt, maar de truc is dat je dat accepteert en dat je dan een prima tijd kan hebben. Meer dan op andere plaatsen is het hier een issue of je wel of niet de 10 dollar combo-ticket koopt. De opbrengsten gaan rechtstreeks naar de overheid en vele toeristische trekpleisters zijn aangelegd/opgeknapt met behulp van dwangarbeid. We besloten hem uiteindelijk niet aan te schaffen en een aantal tempels alleen van de buitenkant te bekijken. Het uitzicht van Mandalay Hill moest prachtig zijn, maar het maakte vooral nogmaals duidelijk hoe groot en stinkend de stad eigenlijk was.

12_1299765687254_Mandalay.JPG

Rondom Mandalay liggen een aantal oude (hoofd)steden, waaronder Mingun, Ava en Sagaing. Wij besloten de volgende dag een boot te pakken naar Mingun, waar de grootste stupa op aarde had kunnen staan, als de koning niet overleden was voor hij af was. Nu is het een enorm plateau. En het was er heel erg toeristisch! Sinds we met zijn tweeen de meer gebaande paden aan het verkennen zijn, kom ik dingen tegen die me daarvoor totaal vreemd waren in Myanmar: zeurende taxichauffeurs, bedelaars, t-shirtverkopers en vooral bussen/boten vol andere toeristen. Het is best wel even wennen, en soms ook wel lichtelijk irritant, want de afwezigheid van t-shirtverkopers is juist een van de dingen die Myanmar zo bijzonder maken. Maar uiteindelijk valt het best wel mee, het is nog geen Thailand. Daarnaast zijn toeristische gebieden heel erg geconcentreerd. Als je een paar blokken om loopt, wordt alles weer zoals in de rest van het land.

8_1299765681255_Boot naar Mingun.JPG

13_1299765688942_Mingun.JPG

Onze tour langs drie andere steden: Sagaing, Ava en Amarapura, viel redelijk tegen. In het hotel was ons verzekerd dat alle drie makkelijk in een dag pasten, hoewel wij vooral geinteresseerd waren in Sagaing en Amarapura. Uiteindelijk zijn we slechts drie kwartier in Sagaing geweest. We hebben alleen Sagaing Hill beklommen, van waaruit je een prachtig uitzicht had over de enkele duizenden tempels om je heen. Ava (of Inwa) was lange tijd de hoofdstad en spreekt nogal tot de verbeelding, maar is redelijk verpest door toerisme. Bouke en ik kunnen er gewoon niet zo tegen als je verplicht wordt eerst dit bootje voor 1000 kyat te nemen, waarna er een paard en wagen klaar staat om je voor 5000 kyat rond te rijden volgens een voorgeprogrammeerde route. Wij besloten dan ook de paarden te negeren en gingen wat rond wandelen. Tot onze grote verbazing deden de twee Chinezen met wie we samen op pad waren hetzelfde. Door de Birmezen werd onze keuze niet echt geaccepteerd. Ze wierpen zich bijna voor ons in het zand om ons in hun karretje te krijgen: “How much will you pay? Walking not possible, monastery vewy far! Here no sightseeing!”. Maar het wandelingetje beviel prima, en later hoorden we dat we voor het klooster ook nog eens de comboticket hadden moeten aanschaffen.

16_1299765697394_Toeristen in Ava.JPG

Doordat de tour verder zo gehaast was, kwamen we veel te vroeg aan in Amarapura, waar de langste teakbrug op aarde staat (ruim een kilometer) en waar de meeste mensen rond zonsondergang willen zijn. Uren lang wachten op een zon die onder gaat in de hitte was niet echt een pretje. Al met al geen groot succes dus deze tour, maar de zonsondergang bij de brug was wel prachtig.

1_1299765664537_Amarapura 1.JPG

2_1299765667521_Amarapura 3.JPG

19_1299765702582_Amarapura 4.jpg

Een van de dingen die ik absoluut wilde doen in Mandalay was een bezoek brengen aan de Moustache Brothers. Deze drie broers hebben met de hulp van praktisch de hele familie een show in elkaar gezet vol dans en zang. Heel traditioneel allemaal, behalve dat er ook een flinke portie satire in zit. Ze maken openlijk grappen over de regering, hooggeplaatste generaals en de geheime politie, die ze de KGB noemen. Voor Birmezen is de show strikt verboden en de broers worden nauwlettend in de gaten gehouden. Door veel internationale aandacht is het de broers echter gelukt om de show open te houden voor toeristen, die zonder problemen kunnen komen kijken in hun eigen huis. Over de jaren is ze verschillende malen bevolen om te stoppen, maar ze hebben dit altijd genegeerd. Als gevolg hebben twee van de drie broers vele jaren in gevangenschap doorgebracht. De show was interessant, af en toe ontzettend grappig, maar bovenal verschrikkelijk indrukwekkend.

14_1299765691317_Moustach..ers 2.jpg

De laatste dagen in mijn eentje zijn trouwens ook nog wel het beschrijven waard. Ik pakte voor het eerst een trein in Myanmar. Van Hsipaw naar Pyin U Lwin, dat twee uur van Mandalay af ligt in het Shangebergte. Hoewel de afstand ongeveer 150 km geweest moet zijn, deden we er een uur of acht over! Af en toe bijna kruipend, maar door een prachtig mooi landschap. De trein zat al snel overvol en schudde zo hard dat er constant tassen naar beneden vielen. Hoogtepunt was toch wel het Golteik-viaduct, dat in het begin van de 20ste eeuw door de Britten is gebouwd. Sindsdien is er nagenoeg geen onderhoud gepleegd aan de brug. In plaats van de brug goed te onderhouden hebben ze er hier voor gekozen stapvoets over de brug heen te gaan.

Pyin U Lwin was de vroegere zomerhoofdstad van de Britten, door de relatief koele temperaturen. Nu gaat de Birmese middenklasse er op vakantie, en ik besloot er dan ook een Birmese-middenklasse-dag van te maken. Ik bezocht de botanische tuinen, lunchte in een chique koffiezaak, liet me vervoeren in een paardenkoets (!), sliep in een prachtig hotel met een hele fijne tuin en ging eten in een ‘lounge restaurant’, waar de bedizening in pak (en slippers) rondliep.

18_1299765700347_Trein na.. Lwin.JPG

10_1299765684255_Golteik Viaduct.JPG

9_1299765682520_Botanisc.. Lwin.JPG

15_1299765696332_Paard en.. Lwin.JPG

11_1299765685239_Lounge r.. Lwin.JPG

Op dit moment zitten we in een tergend traag internetcafe in Bagan, op afstand de grootste toeristische trekpleister van het land. Toen lang geleden de Bamar vanuit Yunnan, China, naar Myanmar trokken en de Mon versloegen, heersten zij over een groot deel van hedendaags Myanmar. Koning Anawratha was onlangs bekeerd tot Theravada Boeddhisme en liet een aantal gigantische tempels bouwen. De vele koningen na hem deden hetzelfde. In totaal werden tussen de 11e en 13e eeuw zo’n 4000 tempels en andere religieuze objecten gebouwd in deze enorme stad. Vandaag de dag is de stad verdwenen, en wat overblijft is een bloedhete gigantische vlakte met meer tempels dan je je kunt voorstellen. Meteen na aankomst gingen we per paard en wagen een rondje door de tempels maken, om uiteinidelijk van een prachtige zonsondergang te genieten.

Gisteren huurden we fietsen en probeerden we zoveel mogelijk tempels te bezoeken. De lol ging er wel een klein beetje af toen mijn band binnen een uur lek was. Gelukkig was er vlakbij iemand die de band erg professioneel kon repareren. Hij vond maarliefst 6 gaatjes! Vlak voor de lunch was het weer raak, twee gaatjes dit keer. Dat betekent een stuk lopen naar een dorpje met 40 graden en zonder beschutting. Maar Bagan is zo mooi, dat zelfs dat de pret niet kon drukken. Ik ga er denk ik niet heel veel woorden meer aan vuil maken, zie de foto’s!

3_1299765669224_Bagan 1.JPG

4_1299765670287_Bagan 2.JPG

5_1299765672240_Bagan 3.JPG

17_1299765699316_Toeriste..Bagan.JPG

6_1299765678255_Bagan 4.JPG

7_1299765679270_Bagan 5.JPG

Nyaung-U, het dorpje waar we slapen, is een echt backpacker dorpje. Aan de ene kant heel fijn, want je kunt er pizza en pannekoeken eten, maar het is ook heel erg vervreemdend. Nyaung-U lijkt in geen enkel opzicht op wat ik tot nu toe van Myanmar heb gezien. Bouke en ik hebben al snel besloten dat alleen ‘the big four’ (Mandalay, Bagan, Inle Lake en Yangon) hem geen goed beeld van het land zouden geven. Na Inle Lake, waar we morgen naartoe gaan, gaan we daarom waarschijnlijk nog een rondje door de delta maken. Maar ik heb wel voor het eerst echt een vakantiegevoel. We hebben vanmorgen tot 9.00 uitgeslapen, terwijl ik ruim drie weken lang meestal voor 7.00 alweer op pad was. Ook hebben we een hele fijne hotelkamer, bungalowstijl, met eigen verranda, waar we gisteren avond heerlijk de fles wijn opgedronken hebben die Bouke mee had genomen uit Nederland.

Posted by Sanne.A 06:01 Archived in Myanmar Comments (3)

On the road to Mandalay

sunny 30 °C

In Kyaiktiyo staat een gouden rots die in evenwicht blijft door een pagoda erop met drie haren van de Boeddha erin. Het is een van de grotere toeristische attracties van het land, ‘slechts’ 4 a 5 uur per bus vanuit Yangon. Ik ging er niet zozeer heen vanwege de rots zelf, maar meer omdat de rots zo ontzettend belangrijk is voor het Boeddhisme in Myanmar, om te kijken naar de vele pelgrims die ernaar toekomen, en omdat het toch op mijn route lag.

‘s Ochtends pakte ik om 7.00 vanuit Hpa An een pickup maar Kinpun, het dorpje vanuit waar trucks vertrekken naar de rots zelf. Het was bloedheet en ik kwam iets over elven aan in Kinpun. Ik hoopte zo snel mogelijk een truck te kunnen pakken, zodat ik niet op het heetste van de dag bovenop de berg zou zijn en ik ook dezelfde dag nog door kon reizen naar Bago, drie uur verderop. De Birmezen dachten daar echter anders over. De trucks gingen niet weg tot ze stampens en stampens vol zaten en er werd heel naar op je neergekeken door gierige mensen die bakken met geld verdienen door mensen 45 minuten te vervoeren. Ik was vrij chagrijnig toen de rit ruim een uur later begon. In de trucks waren balken bevestigd waarop je met zijn allen kon zitten. Er was geen ruimte om je vast te houden en ik kon mijn benen er niet goed in kwijt zodat ik totaal geen balans had. De weg was bizar. Heel stijl met enorm veel bochten. Het zou zo een attractie in six flags geweest kunnen zijn. Het deed een beetje denken aan een houten achtbaan. Weliswaar een stuk langzamer, maar zonder gordels! 45 Minuten later begon ik aan de 45 minuten durende klim naar de rots. Het was heet en de mensen waren voor de verandering eens een keer irritant. Veel gelach om die zwetende Hollander die naar boven aan het ploeteren was. Eenmaal boven betaalde ik de 6 dollar government fee (ook altijd een reden om lichtelijk chagrijnig te worden) en liep op blote voeten naar het plateau. Het was inmiddels 13.00 en dus ondoenlijk heet. Ik wilde al snel keihard gaan gillen, omdat mijn voeten in de fik stonden! Ik besloot dat ik mijn dag niet had. Rende naar de rots, maakte wat foto’s, rende nog harder terug, schoenen aan, naar beneden, truck terug en hup, naar Bago!

1_1298889662859_Gouden rots.JPG

Bago was dan weer een enorm lelijke stad op de weg tussen Yangon en Mandalay. Veel stof, lelijke gebouwen en veel bedelaars. Maar tussen al dat lelijks hebben ze enorm veel tempels en pagodes verstopt, waardoor Bago waarschijnlijk de hoogste concentratie van tempels heeft in Myanmar. Ook hier wordt een government fee gevraagd om alle tempels te bekijken. In de praktijk controleren ze echter maar weinig. Veel hotels en motortaxi chauffeurs bieden dan ook aan om je voor hetzelfde geld rond te brengen, zodat je dus gratis vervoer hebt. Ook in mijn hotel werd meteen een tour aangeboden. Ik had vrij weinig zin om alles zelf uit te zoeken, dus besloot het te doen. Het was heel vreemd om zo stiekem te doen in Myanmar. Bij bepaalde Boeddha’s werd me bijvoorbeeld verteld dat ik snel de trap op kon, een foto kon maken en dan snel weer terug moest, want ja de government he... Ik was vooral erg verbaasd over al dat stiekeme gedoe. Ik kan me niet voorstellen dat het voor mij gevaarlijk is geweest, maar de vrouw van mijn hostel loopt op deze manier naar mijn idee veel te veel onnodig risico.

Sommige tempels waren mooi, andere wat minder, maar vele tempels zo snel achter elkaar bezoeken was wat veel. Ik heb liever 1 of 2 tempels met wat uitleg en geschiedenis. Wel een hoogtepunt was het slangenklooster. Hierin woont een enorme 120 jarige Python, een gereincarneerd hoofd van een klooster in Hsipaw (aan de andere kant van het land, waar ik nu toevallig ben). Volgens de verhalen vertelde de Python precies waar hij heen moest om een klooster uit een vorig leven af te maken. Ik vond het vooral enorm indrukwekkend om zo dicht bij zo’n enorme slang te zijn. Zonder hekje ertussen. Hij lag daar maar gewoon. Toen ik vroeg of hij lag te slapen zeiden ze: “Nee, hij is alleen aan het mediteren. De hele dag aan het mediteren. Het is een Boeddhistische slang.” Ah, ja dat verklaarde een hoop. Ik vraag me af wat ze in zijn eten gooien elke dag.

2_1298889663984_Liggende.. Bago.JPG

4_1298889664843_Liggende.. Bago.JPG

5_1298889667046_Slang Bago.JPG

6_1298889668875_Tempel Bago.JPG

Die avond pakte ik de nachtbus naar Mandalay, om meteen 6 uur door te rijden naar Hsipaw in de Shan staat in het noordoosten, vlakbij China. In Myanmar hebben ze niet de beste bussen van de wereld, maar ook zeker niet de slechtste. Wel hebben ze de beste TV’s aan boord: grote platte! Ook de Birmese series vallen me enorm mee: prima beeld kwaliteit, geen overdreven acteerwerk en zelfs hele acceptabele special effects! En Myanmar verbaasde me nog veel meer die rit. Bijvoorbeeld bij het wegrestaurant onderweg. Een bandje kondigde in het Engels aan dat we een half uur gingen stoppen en dat we ons konden opfrissen en wat konden eten. Geniaal! Die informatie wil je altijd hebben onderweg, maar wordt nooit gegeven. Uit angst blijf je dan maar bij de bus. Ook het restaurant zelf was modern en soort van overzichtelijk.

Rond middernacht moesten we de bus uit voor een paspoortcontrole. Vlak daarna zat ik uit het raam te staren en zag ik een aantal merkwaardige resort hotels. De weg was ook ongewoon breed en nieuw, met bomen langs de zijkant. De resorts waren heel decadent en er stonden allemaal bomen met kerstverlichting in alle kleuren van de regenboog omheen. Ik vroeg me heel hard af waar ik was. Ik was duidelijk half aan het slapen, want pas toen ik “Nay Pyi Taw” las besefte ik me dat ik in het hol van de leeuw was, de nieuwe hoofdstad!

Het was heel onwerkelijk om er doorheen te rijden. Ik had er nooit zo over nagedacht, maar begreep nu heel goed dat dit de grootste droom van elke dictator moest zijn: a la Simcity je eigen hoofdstad bouwen. Met alleen maar brede wegen, grote rotondes, statige gebouwen en heel veel kerstverlichting. Helaas heb ik geen ministeries gezien, maar wel de nationale bank en het edelstenen museum. Het voelde heel onwerkelijk om door Nay Pyi Taw heen te rijden, een beetje alsof ik ineens in Noord Korea was beland.

De volgende ochtend kwam ik aan in Mandalay en zocht meteen een bus door naar Hsipaw. Ik was wat aan de late kant, dus er ging alleen nog een hele gare truck, omgebouwd tot bus. Met mijn knieen volledig opgegrokken propte ik mezelf erin en we begonnen stapvoets te rijden. Nog maar 8 uur te gaan… Maar na ongeveer een uur stopte de bus, de aandrijfas was afgebroken. Ze begonnen meteen ijverig met repareren en waren ervan overtuigd dat het in een half uurtje geregeld zou zijn. Ik vertrouwde die tijdsschaal echter niet helemaal, en besloot samen met Max, uit Nederland, om een pickup te zoeken. We vonden al snel iemand die ons naar het volgende stadje kon brengen en vanuit daar pakten we een pickup naar Hsipaw. De fransen hadden besloten om bij de bus te blijven wachten en waren pas om 21.00, zes uur later, aangekomen.

Hsipaw is een enorm schattig dorpje in Shan staat. Er staat hier een fantastisch hotel van “Mr Charles”, die van alles van de omgeving weet. Naar het schijnt is hij ook een belangrijk figuur in het dorp en heeft hij veel banden met de regering, maar niemand weet dat zeker. Alle backpackers zitten zo’n beetje in hetzelfde hotel en de gisteren besloten we met zijn achten om de hot springs te gaan zoeken. We liepen door prachtige velden met bloemen en vlinders, waar mensen aan het werk waren met de hulp van vele buffels. De hot springs waren vlakbij een klein dorpje, waar we uiteaard weer een gezonde portie aandacht kregen van de lokale bevolking.

Ook gezochten we ‘Little Bagan’ een verzamelijk oude tempels die een stuk indrukwekkender waren dan we van tevoren hadden verwacht. De nabijgelegen popcornfabriek hebben we helaas niet kunnen vinden, wel een opslagplaats voor gedroogde mais. De bioscoop in Hsipaw is ook erg vermakelijk. ‘s Avonds draaide Born to Raise Hell, van Steven Seagal. De film was ontzettend slecht, de bioscoop viel half uit elkaar en beeld en geluid waren rampzalig. Prima ervaring dus.
Verder ben ik hier vooral even ‘vakantie in vakantie’ aan het houden. Het eten is lekker en goedkoop, maar kamer is geweldig, mijn bed super comfortabel en het weer fantastisch. Ik blijf hier nog even hangen en dan maak ik nog 1 tussenstop voor ik donderdagavond weer in Mandalay aankom. Als het goed is wordt ik dan vrijdag wakker gemaakt door Bouke die op mijn deur klopt!

7_1298889669765_little bagan.JPG

8_1298889671890_little bagan 2.JPG

9_1298889674906_little bagan 3.JPG

10_1298889675984_Noodle f..sipaw.JPG

11_1298889679234_Onderweg..sipaw.JPG

12_1298889681281_Onderweg..paw 2.JPG

13_1298889683937_Vrouweli..sipaw.JPG

14_1298889685296_Wandelen..sipaw.JPG

15_1298889686937_Wandelen Hsipaw.JPG

16_1298889687921_Wandelen..paw 2.JPG

Tot zo ver dus de reis in mijn eentje. Hoewel het beeld van een vrouw alleen op reis in het westen misschien jaloersmakend is, is het in Myanmar vooral een beetje zielig. Verschrikkelijk vaak, en vooral in drukke bussen, pickups en trucks, is er dan ook altijd iemand die naar me toekomt: “Only one?”. Of ze steken alleen 1 vinger op en dan weet ik ook precies wat ze bedoelen. Nee natuurlijk niet, gebaar ik dan. Nee, mijn “man” is helaas thuis. Hij heeft een hele belangrijke baan en kon helaas niet meekomen. Dan wordt er even opgelucht adem gehaald. Gelukkig, ze is niet single. Daarna wordt de rest van de bus ingelicht, wordt het hele gebeuren even nagesproken en dan is iedereen weer opgelucht en gerustgesteld en glimlachen ze allemaal even naar me. Behalve dat ik mezelf voordoe als getrouwde vrouw, heb ik mezelf ook aangeleerd om te zeggen dat ik Christelijk ben. Want een ongetrouwde vrouw is misschien zielig, maar iemand zonder religie… oeh! Het is dan misschien niet allemaal even oprecht, maar het maakt het alleen reizen wel een stuk gemakkelijker en uiteindelijk is iedereen blij.

Posted by Sanne.A 02:41 Archived in Myanmar Comments (4)

Rambo Area

sunny 35 °C

Mawlamyine (Moulmein) is een van de grotere steden van Myanmar en ligt in de Mon staat. Hoewel de Mon in het verleden over een enorm rijk heersten en ze de hedendaagse Birmese cultuur zwaar hebben beinvloed, leven ze nu grotendeels in een klein hoekje in het Zuidoosten van het land. Moulmein fungeerde een tijdje als hoofdstad van de Britten en de vrouw van de laatste grote koning van Myanmar verhuisde ernaar na de dood van haar man. Het wordt omschreven als een vredig stadje waar de tijd grotendeels stil is blijven staan. Ik moet toch zeggen dat ik het meer gewoon een stad vond met veel motors, lawaai en weinig bijzonders. Wel prachtig was het oude koloniale huis waarin ik, en alle andere backpackers met mij, verbleef, met uitzicht over de rivier. Ik had een kamer aan de voorkant van het huis, grenzend aan het balkon en werd dan ook door de fantastisch vriendelijke staff benoemd tot captain, aangezien ik vooraan op het ‘schip’ sliep.

DSC_4111.jpg

Zonsonderg.._balkon.jpg
(zonsondergang vanaf mijn balkon)

Ik was vooral naar Moulmein gekomen om een bezoekje te brengen aan de Birma spoorlijn en om de prachtige boottocht naar Hpa An te kunnen maken. Thanbyuzayat ligt 2,5 uur in een overvolle lokale bus ten zuiden van Moulmein en vormde het Birmese uiteinde van de Birma spoorlijn. Eerst bezocht ik de begraafplaats waar onder andere vele Nederlanders, Britten, Indiers en Australiers begraven liggen. De Nederlanders waren allemaal gearresteerd in Singapore om ze vervolgens aan de spoorlijn te laten werken. Het was erg surrealistisch en indrukwekkend om in de immense hitte en in deze exotische omgeving een hele rij grafstenen van Janssens en de Vriesen te zien liggen. Ik kreeg veel uitleg van de beheerder van de begraafplaats en mocht zelfs zijn fiets even lenen om anderhalve kilometer verder een kijkje te nemen bij de daadwerkelijke spoorlijn. Er is niet heel veel te zien, een spoorlijn en een Japanse locomotief. Het museum is inmiddels alweer verdwenen. De begraafplaats vormt meteen de meest zuidelijke, te bereiken plek in Myanmar. De rest van de ‘staart’ is gesloten voor buitenlanders. Sommigen proberen toch wanhopig te wachten op vluchten naar onbekende eilanden in het zuiden, maar de vluchten lijken altijd morgen te gaan, en nooit vandaag.

DSC_4086.jpg

DSC_4088.jpg

DSC_4099.jpg

Ik miste net de bus terug en besloot me daarom maar eens aan de pick-ups te gaan wagen. Hoewel Nederlanders waarschijnlijk na de achtste persoon “Ho ho! Vol is vol!” zouden gaan reopen, passen er met gemak 25 Birmezen in zo’n karretje. En ook 25 Birmezen en een hele grote Nederlander was geen probleem, wel een bezienswaardigheid. Twee uur lang zat ik volledig in elkaar gevouwen te proberen mijn hoofd en rug niet te bezeren en ook het glimlachen naar mijn mede-passagiers was een drukke bezigheid. Niet comfortabel, maar zeker een avontuur. Ik maakte onderweg nog een stop bij blijkbaar de grootste liggende Boeddha op aarde, die ze nog aan het afmaken zijn.

DSC_4103.jpg

DSC_4104.jpg

Niemand uit Moulmein haalt het in zijn hoofd om de boot te pakken naar Hpa An. Het duurt namelijk 5 uur, terwijl de bus er slechts 2 uur over doet. Omdat de tocht verschrikkelijk mooi is nemen buitenlanders bijna allemaal de boot, samen met bewoners van de kleine dorpjes onderweg. We probeerden zo comfortabel mogelijk te zitten op de krakende oude houten planken van de boot en genoten van het onrealistisch groene landschap. We voeren langs minuscule dorpjes en limestone peaks die uit het landschap omhoog schoten. We dachten even dat we het mooiste stuk gingen missen omdat de zon bijna onderging, maar bleken precies op tijd te zijn voor een prachtige zonsondergang.

DSC_4144.jpg

DSC_4147.jpg

DSC_4185.jpg

DSC_4208.jpg

Hpa An is de hoofdstad van Kayin staat, voorheen Karen staat. De Karen zijn de enige etnische groep die geen wapenstilstand met de regering hebben gesloten en dus in staat van oorlog zijn. (In de praktijk zijn er vele andere gebieden waar burgeroorlogen woeden) Niet heel ver ten noorden van hier wordt het vrij dramatisch, zeg maar Rambo area, maar Hpa An is een heel vredig, schattig (veilig) klein stadje in het mooiste landschap dat je je kan voorstellen.

Samen met vijf mensen uit mijn hostel huurden we een tuk-tuk voor een dag en reden langs praktisch alle bezienswaardigheden in de omgeving. Eerst bezochten we een klooster bij een raar gevormde rots met een pagoda erop, te midden van een meer en bergen op de achtergrond.

DSC_4243.jpg

DSC_4246.jpg

Vervolgens reden we naar de voet van de berg om naar de 1150 boeddhabeelden eromheen te gaan kijken. Daarna volgde het hoogtepunt: de Seddar Cave. Het begin van de grot is bezaaid met pagoda’s en boeddhabeelden en achterin de grot begint een lange tunnel naar de andere kant van de berg. Op blote voeten (dat heb je hier) en met zes minuscule zaklampjes liepen we door vleermuizenstront naar het einde. In de Lonely Planet wordt de grot omschreven als “some people’s idea of hell”. Dat viel eigenlijk wel mee, maar het meer aan de andere kant kwam verdacht dichbij mijn idee van het paradijs! Een visser woonde er met zijn familie in het meest serene landschap dat je ooit gezien hebt: een prachtig meer met waterlelies en een bergwand op de achtergrond. Op simpele bootjes, gemaakt uit 1 stuk hout, nam hij ons in groepjes van drie mee onder de berg door (!) naar een nog idyllischer meer aan de andere kant. Er was niets te horen dan kwakende eenden en kabbelend water.

DSC_4273.jpg

DSC_4302.jpg

Vanochtend ging mijn wekker om kwart voor vijf. Iets dat absoluut geen uitzondering is deze reis. Met vijf, gedeeltelijk dezelfde, hostelgenoten besloten we de hoogste berg in de omgeving te gaan trotseren. Bovenop de berg ligt een klooster en woont een kolonie aapjes. Het was goed dat we zo vroeg vertrokken, want het werd als snel bloedheet. De ruim 700 meter aan traptreden waren te doen, maar we waren wel helemaal kapot toen we boven aankwamen. Daar bleven we een uur of twee rondhangen om te kijken naar de apen en te genieten van een traditioneel Birmese lunch. Na een zweterige afdaling gingen we zwemmen in een nabij gelegen ‘zwembad’. Het was een provesorisch bad temidden van rijstvelden. Niet teveel nadenken over hygiene en oren boven water houden dus. Uiteraard waren we ook hier zelf de grootste attractie.

DSC_4339.jpg

DSC_4361.jpg

DSC_4378.jpg

DSC_4382.jpg

En dat waren mijn afgelopen dagen. Ik ben erg blij dat ik mijn programma heb omgegooid om dit stuk van het land te zien. De Mon en Kayin staten zijn allebei erg belangrijk ik de geschiedenis van Myanmar en het is goed om deze omgeving met mijn eigen ogen gezien te hebben. Meer dan voorheen valt de tegenstelling op tussen wat je weet van afschuwelijke verhalen in de omgeving en niets dan paradijselijke ervaringen. Je merkt eigenlijk helemaal niets van politieke onrust hier. Hier en daar is een legerbasis met soldaten met enorme geweren en midden in Hpa An staat een groot rood bord waarop staat dat iedereen die de eenheid van het land in gevaar brengt een vijand is. De kiosk genaamd “Rambo” in Moulmein vond ik een mooi voorbeeld van subtiel verzet. Maar verder doen mensen gewoon hun dagelijkse ding: ze gaan naar de markt, zwaaien naar buitenlanders en lijken de hele dag te lachen.

DSC_4139.jpg

Posted by Sanne.A 04:16 Archived in Myanmar Comments (6)

(Entries 1 - 5 of 8) Page [1] 2 »